Close

Farid Tabarki

Het einde van het midden

Farid Tabarki is tijdgeestonderzoeker, wereldreiziger en oprichter van Studio Zeitgeist, die maatschappelijke, technologische en economische veranderingen hanteerbaar maakt voor bedrijven en instituties.

In dit boek beschrijft hij hoe in een vloeibare samenleving het midden geen plek meer heeft. Dit midden verdwijnt of moet zich helemaal opnieuw uitvinden. De reisagent en de platenbons kunnen daar al langer over meepraten, maar nu moeten ook de ondernemer, de HR-manager, de ambtenaar en de docent eraan geloven. Hun rol verandert sneller dan ze zelf misschien vermoeden.

Tabarki verbindt in dit boek drie tendensen waarin een traditioneel midden ten onder gaat. Ten eerste worden veel tussenpersonen zoals winkeliers en makelaars overbodig en wordt hun rol overgenomen door slimme onlineplatforms. Ten tweede verdwijnen veel banen, juist in het middenkader, vaak vanwege technologische ontwikkeling. De nationale staat, ten slotte, boet aan belang in ten gunste van het lokale en internationale niveau.

De combinatie van technologische en sociale ontwikkeling zorgt ervoor dat de veranderingen hard gaan. Individuen en organisaties, zowel bedrijven als instituties, kunnen buigen of barsten. Dit boek geeft naast een analyse ook praktische ideeën en voorbeelden van verandering.

Uitgeverij Atlas Contact

Taal Nederlands

Boeklancering

 

Bekijk Video

Moet je gelezen hebben. In een hele toegankelijke stijl tekent Farid Tabarki een aantal ontwikkelingen die het leven drastisch gaan veranderen. Het is een boek dat te denken geeft, dat je meeneemt omdat het goed geschreven is en makkelijk leest. Het blijft niet steken in een analyse maar geeft praktische voorbeelden en suggesties.

– A. de Jong

Recensie

De schrijver neemt je mee in het proces van herontdekken. Een eye opener vwb ons nog te wachten staat. Wees er snel bij want morgen is het allemaal anders!

– nihof

Recensie

De uitslag van het Oekraïne-referendum maakt het boek ‘Het einde van het midden’ van Farid Tabarki verrassend actueel. Voor traditionele politieke partijen is de opkomst van de extremen in dit internettijdperk vooral heel slecht nieuws.

– Thijs Broer

Recensie

Leestip: Het einde van het midden van farid tabarki -In deze roerige tijden zeer relevant!

– Maarten Verkoren (@verkoren)

Mooie presentatie 'Einde van het midden' van @faridtabarki @De_Zwijger. @Jet_Bussemaker sprak over noodzaak '21ste-eeuwse verheffingsslag'.

– Annemiek Leclaire (@LeclaireA)

Interessant thema; het einde van het midden (op vele vlakken) https://dezwijger.nl/programma/boeklancering-farid-tabarki/ …

– Quintin Schevernels (@Quintin24, 18 Feb)

#heteindevhmidden van @faridtabarkiNL aan het lezen. Wat word ik daar blij van! #therealdeal #ontopoftheworld

– Rosa Romeyn (@RosaRomeyn, 12 March)

Jet Bussemaker gaat nog met meer energie haar “verheffingsagenda van de eenentwintigste eeuw op de kaart zetten.” Het boek ‘Het einde van het midden’ van Farid Tabarki blijkt voor haar zowel aansporing als punt van zorg.

– Klaas-Wybo van der Hoek (10 March 2016)

Recensie

Tabarki deed zijn verhaal op de radio, toen ik onderweg was van de ene vergadering naar de andere. Ik herkende wat hij zei. Vaste structuren en instellingen die we al decennialang kennen, verliezen terrein. Ook onze manier van werken zal veranderen, zei hij. ‘Zo doen we dat toch altijd’ is niet meer genoeg.

– Thijs Cuijpers

Recensie

In dit boek werkt Farid (full disclosure: ik ken hem goed) dit onderwerp verder uit, met een opvallend genuanceerd resultaat. Hoewel radicale trends en ontwikkelingen centraal staan (komst van een nieuwe mens, natiestaat overbodig, de omni-presente technologie) zijn Farids oplossingen en aanbevelingen zeer gematigd. Dat is verfrissend in een tijd waarin overspannen verwachtingen van de toekomst hun weg vinden naar het grote publiek. In dit boek geen blind geloof in ‘exponentiele organisaties’ en naïef vertrouwen in de komst van een ‘tijd van overvloed’.

– Pepijn van Dijk (1/2)

Niet bevreesd voor een open einde Farid eindigt in stijl, met de volgende woorden: ‘dit vergt intelligente oplossingen, wellicht zelfs een radicale koerswijziging’. De toekomst zal het leren.

– Pepijn van Dijk (2/2)

Recensie

Columns

Diopticon

7 april 2016 – Vroeger stalden corrupte politici en drugsbaronnen hun miljarden op de Kaaiman- of Maagdeneilanden. Deze praktijk was voor de goegemeente volledig ondoorzichtig. Tegenwoordig is het voor de kleine krabbelaar net zo gemakkelijk om dubieuze financiële constructies op te zetten als het voor journalisten is om erachter te komen. Dat bewijzen de Panama Papers. Daaruit blijkt dat er bijvoorbeeld op creatieve wijze is gegoocheld met contracten waarbij ex-voetballer Clarence Seedorf was betrokken. Het draaide om zes ton, toch geen schokkend bedrag, en u en ik kennen de details.

Je kunt een parallel trekken met de aanslag op Zaventem. Het duurde lang voordat CNN en de Belgische televisie beelden vertoonden van de terminal. Van buiten, waardoor je niks zag, en ze werden eindeloos herhaald. Via de app Periscope kon ik al na een paar minuten inloggen op een flink aantal livestreams van mensen die vanuit de terminal filmden met hun telefoon.

De oude orde, waarbij weinigen de middelen in handen hebben om velen onder controle te houden, lijkt op het panopticon van de Britse filosoof Jeremy Bentham. In zijn oervorm is dit een gevangenis, rond met langs de rand de cellen van gevangen die elkaar niet kunnen zien. In het midden houdt de cipier over allen (pan-) toezicht (-opticon).

De Franse filosoof Michel Foucault beschreef het panopticon als metafoor voor macht. Het cameratoezicht in de publieke ruimte is een sprekend voorbeeld. Soms letterlijk: in Edinburgh kun je op straat worden toegesproken door een agent die via de camera ziet dat je een overtreding begaat en de ingebouwde luidspreker gebruikt.

Zowel de Panama Papers als Periscope tonen de zwakte van het panopticon. Steeds vaker kunnen de velen de velen zien, een nieuwe ordening die ik het ‘diopticon’ noem. Het Griekse voorvoegsel dia betekent ‘door’ of ‘doorheen’ en benadrukt het belang van de verbindingen tussen individuen. Die komen sneller tot stand omdat we, vooral door technologie, steeds minder afhankelijk zijn van tijd en plaats. Op Instagram is Dordrecht even ver weg als Timboektoe. Een zzp’er opereert met zijn laptop tegelijk in Amsterdam, in Europees verband en op wereldschaal.

In het diopticon krijgt de overheid het moeilijk. Vergunningsstelsels voldoen niet meer, een miljoen zzp’ers werken buiten de cao om en bedrijven, ook kleine, zoeken wereldwijd naar de beste lokale deal.

De Raad van State signaleert in zijn jaarverslag dat de politiek te snel draagvlak zoekt en zich te weinig afvraagt wat kan en mag. De rechtsstaat komt in gevaar. In het diopticon zijn burgers echter beter in staat zélf hun samenleving te boetseren. De overheid kan zich beter richten op het handhaven van de spelregels. Als de velen de velen bekijken, moet de overheid dus juist terug naar haar roots.

Alles van waarde

10 maart 2016 – In de Hitchhiker’s Guide to the Galaxy van Douglas Adams belandt de hoofdpersoon in een enorm ruimteschip. Hier stuit hij op miljoenen sarcofagen met de ingevroren lichamen van televisieproducers, verzekeringsagenten, personeelsmanagers, telefoonreinigers, creative directors, pr-adviseurs en managementconsultants. Het zijn de nuttelozen van de planeet Golgafrincham die door hun soortgenoten met een smoes de ruimte in zijn gestuurd.

Science fiction is een prettig genre waarin, onder het mom van een ‘galaxy far far away’ en met een dosis ‘techno-babble’, de mensheid een spiegel wordt voorgehouden.

Adams raakt een gevoelige snaar. Tegenwoordig gaat de middenmoot het (ruimte)schip in. Socioloog Saskia Sassen becijferde in haar boek Expulsions dat 65 % van de verdwenen banen in 2008 middenklassebanen waren; van de nieuwe banen behoort slechts 25% hiertoe.

Frans Blom van de Boston Consultancy Group denkt dat er twee typen werknemers overblijven. ‘Zij die mee kunnen komen in de internationale vaart der volkeren’, de technologisch-creatieve leiders. En zij die lokale, niet-verhandelbare diensten aanbieden, zoals kappers, ziekenverzorgers en bouwvakkers. Veel goed opgeleiden zakken vanuit het midden af naar de onderkant van de arbeidsmarkt.

Zijn deze mensen daardoor minder waard? Lucebert dichtte: ‘Alles van waarde is weerloos’. Misschien moeten we Lucebert ontkennen en wat van waarde is, juist weerbaarder maken. Maar hoe?

Begin 19de eeuw zochten de Engelse Luddieten de oplossing in het verwerpen van technologie. Ik keer het om: juist door technologie te omarmen en samen met techniek op te trekken, kunnen we de winnende banen van de toekomst creëren. Juist mét techniek is de mens op zijn vindingrijkst. Schaakcompetities laten dat zien: niet de grootmeester of de snelste computer wint, maar een team van mens én computer.

Hiervoor moeten mensen niet proberen computers te evenaren, maar juist heel menselijk blijven. Daarvoor kan ‘Bildung’ dienen, een begrip van de Duitse filosoof Wilhelm von Humboldt (1767-1835). Volgens hem kan een combinatie van kennis, moreel oordeel en kritisch denken jonge mensen wapenen voor de toekomst. Hedendaagse pleitbezorgers van Bildung in het onderwijs, onder wie minister Jet Bussemaker, wijzen op de actualiteit van het begrip, als tegengeluid tegen de hokjesgeest van ons onderwijssysteem en onze economie.

Problemen van en oplossingen voor het midden. Het is een fascinerend thema. Geen science fiction, maar non-fictie, waar veel filosofen hun hoofd over kunnen breken. En waarin robots van de menslievende soort hun rol zullen spelen.

Bittere pil: Van vast naar vloeibaar

11 oktober 2014 – Er staat een leuk filmpje op YouTube van een jongeman die een pan kokend water van zijn balkon op de zevende verdieping gooit. Niemand raakt gewond: voordat het water de grond raakt, is het al sneeuw worden. We bevinden ons dan ook in Siberië en het lied Dodenrit van drs. P gaat aardig op. Terwijl diens hoofdpersoon voortraast richting Omsk in zijn trojka, zingt drs. P: ‘Het vriest een graad of dertig, het is winter en vrij koud’. Van de zevende verdieping tot de begane grond ondergaat het water een verandering van fase: vloeibaar wordt vast; transparantie maakt plaats voor witte kristallen.

Iets omgekeerds gebeurt nu in onze samenleving: onze vastomlijnde structuren wijken voor een nieuwe orde waarin wij als mensen veel vrijer bewegen. Alsof we moleculen zijn in een glas thee. Daarover zo meer, maar eerst terug naar Siberië.

Ik heb ook door Siberië gereisd, gelukkig niet in een trojka maar met de Transsiberische spoorlijn. Daar wordt door de kondoektorsja thee geserveerd uit een grote samovar; uw coupégenoten serveren waarschijnlijk vodka. Ik ben niet in Omsk geweest, maar wel heb ik Novosibirsk uitgebreid kunnen bezoeken, slechts één halte daar vandaan. Het is een uitgestrekte Russische industriestad van beton met weinig opzienbarends, behalve extreem koude winters en het bestaan van een lokale variant van Silicon Valley: Akademgorodok.

Akademgorodok (‘academiestadje’) is ontstaan in de jaren vijftig, in de periode van ‘dooi’ onder Nikita Chroesjtsjov die in de ruimtevaart en andere vormen van innovatie geloofde. Hij zette hier genieën aan het werk om in relatieve vrijheid nieuwe dingen te verzinnen. Ze bedachten bijvoorbeeld een netwerk van computers die de planeconomie van de Sovjet-Unie moest automatiseren. Het idee was een internet avant la lettre dat de starre economische mechanismen zou vervangen door vloeiende verandering.

U raadt het al: dat Sovjet-internet is er nooit gekomen. Chroesjtsjov werd afgezet en diens dooi maakte plaats voor een nieuwe vorst in de vorm van de strenge Brezjnjev die van nieuwigheden weinig moest weten.

Het grote netwerk van computers kwam er later wél en u surft er elke dag op. In Akademgorodok zijn, na een flinke dip toen de Sovjet-Unie instortte, inmiddels de grote jongens als Intel, IBM en Schlumberger neergestreken. De Russische regering investeert er de komende drie jaar 10 miljard roebel (€ 200 miljoen) in de verwachting dat private partijen daar nog het drievoudige zullen bijleggen. Het moet leiden tot twintig R&D-centra (in 2011 waren er nog maar vier) en tientallen start-ups.

Overal ter wereld hebben computers en hun onderlinge verbondenheid de maatschappij inmiddels grondig op zijn kant gezet. In mijn beeldspraak: vloeibaar gemaakt. Deze ontwikkelingen stoppen zoveel energie in ons systeem dat we behoorlijk hard zijn gaan trillen. Voor het organiseren van mensen en kennis maakt de traditionele vaste vorm van een instelling of organisatie dan ook steeds vaker plaats voor de vloeibaarheid en transparantie van het netwerk. Dat is precies wat moleculen doen wanneer ze worden opgewarmd. Antarctica kan erover mee praten; daar verandert het ijs verontrustend snel in water.

Het industriële tijdperk van Ford en Taylor met hun lopende band en strak geplande bedrijven is definitief voorbij. We moeten onze kantoren en andere hokjes uit en het strikte hiërarchische denken bij het vuilnis zetten.

Het fijne van de vloeibare samenleving, door de Pools-Britse socioloog en filosoof Zygmunt Bauman ook wel Liquid Modernity genoemd, is dat u geen Ford of Taylor hoeft te zijn om de wereld te veranderen. Iedereen kan het vanachter zijn computer en binnen zijn eigen netwerk. Dat heeft al geleid tot bedrijven die met twaalf man personeel miljarden waard werden (Instagram) en met een flexibel platform hele branches op hun kop zetten (Airbnb voor de hotelsector, Uber voor taxi’s).

Ook politiek en bestuur kunnen ontdooien en vloeibaar worden. Een interessante ontwikkeling was de afgelopen jaren de opkomst van piratenpartijen in Europa, die ‘stromende democratie’ in willen voeren door middel van burgerfora en on-line panels.

Voor de aloude instituties zijn deze ontwikkelingen een bittere pil. Maar slikken moeten ze die toch. Ze kunnen die in de trein die voortraast op weg naar de toekomst innemen met een kop thee of een goed glas vodka, naar eigen voorkeur.

Na zdorovje!

Werkorganisatie: Hoog tijd voor invoering van de Holacratie

27 september 2014 – Was Henry Ford met zijn efficiënte autofabriek zo’n koploper omdat hij de arbeidsomstandigheden van zijn personeel wilde verbeteren? Welnee: hij moest dat wel doen, omdat de arbeidskrachten in Detroit schaars waren. Ford zette daarom op grote schaal de lopende band in en kon zo met weinig medewerkers toe. Omdat zijn arbeiders het toen al erg saai vonden om op die manier te werken, moest Ford ze wel meer meer betalen. Hij maakte zo op vernieuwende wijze de eerste auto voor de middenklasse en promoveerde en passant zijn eigen werknemers tot die middenklasse zodat ze hun eigen T-Ford konden kopen.

Wat een revolutionaire ontwikkelingen! Het is inmiddels al wel even geleden en de wereld heeft niet stil gestaan. Automatisering is de lopende band ontgroeid en robots hebben het meeste werk in de fabriek op zich genomen. In plaats van monotoon werk in de fabriek willen de meeste werknemers worden uitgedaagd.

Tijd voor iets nieuws dus, maar waarom lijkt ons kantoorleven dan nog zo op Fords industriële werkwijze? In zowel de gebouwen als de processen is de ouderwetse fabriek nooit ver weg. We gaan om 9 uur achter ons bureau zitten en om 17 uur mogen we weer weg. Zoals de vroegere werknemer van Ford een vastomlijnde taak kreeg, laat onze huidige functieomschrijving vaak maar weinig ruimte voor creativiteit. Tot overmaat van ramp worden we ook fysiek in een hokje gestopt.

We lopen achter: Ford en zijn tijdgenoot Taylor, die het productieproces tot de kleinste details ontrafelde en efficiënter maakte, hebben het nog altijd voor het zeggen. Tijdens de presentatie die Lisette Ros gaf ter gelegenheid van haar afstuderen aan kunstacademie ArtEZ Masters, besefte ik hoe erg het eigenlijk is. Ze had zichzelf acht uur lang, louter zittend in een kantoor gefilmd. Ze speelde de video versneld af terwijl ze haar presentatie hield. Deze merkwaardige film, samen met Lisettes verhaal over de conventies van het huidige kantoorleven, deden me eens te meer beseffen dat werken in organisaties een stuk moderner kan. Maar hoe?

Een welsprekend antwoord op die vraag is het begrip holacratie, populair gemaakt door Brian Robertson die er een ‘constitutie’ voor schreef en nu bezig is met een boek. Holacratie is een manier om bedrijven te organiseren zonder traditionele managers en functieprofielen, en baseert zich op overlappende, zelforganiserende teams die in het jargon cirkels worden genoemd.

On-line schoenen- en kledinggigant Zappos is deze werkwijze aan het invoeren. Tony Hsieh heet geen ceo meer, maar ‘ratificeerder van de holacratieconstitutie’ en ‘lead link’ van de centrale cirkel. Het gaat het bedrijf voor de wind. Ik vind dat een hoopvolle gedachte en geloof dat het tijd wordt om de schotten in organisaties letterlijk en figuurlijk weg te breken. Ik geef alvast vier tips om mee te beginnen.

Ten eerste: verander het kantoor in een plek waar mensen elkaar ook daadwerkelijk ontmoeten en ze elkaar bovendien inspireren. Het uitwisselen van roddels bij de waterkoeler en eens per jaar samen survivallen is daarvan absoluut geen doelmatige invulling. Diverse ruimtes met verschillende atmosfeer en uitstraling zijn al een stap in de richting, waaronder een lounge waarin je een fatsoenlijke cappuccino kunt drinken. Vergaderen doe je natuurlijk altijd staand, want dat houdt de vaart erin.

Een tweede tip vond ik in Lisette Ros’ afstudeerverslag: hang kunst op in de toiletten. Het natuurlijke rustmoment zorgt voor contemplatie en inspiratie. Zo gebruiken uw werknemers ook die tijd nuttig zonder dat ze ergens toe gedwongen worden.

Een derde tip waar ik als reiziger erg enthousiast van word: besef dat het niet uitmaakt of een werknemer zijn of haar e-mail op het strand wegwerkt of op kantoor. Het is precies even waardevol. Part-time thuis of waar dan ook werken heeft de toekomst.

Tot slot: bied mensen een oprotpremie als ze na een jaar willen vertrekken. Dat is een uitstekende manier om mensen juist gemotiveerd te houden. Dit idee is door ceo Jeff Bezos ingevoerd bij Amazon, sinds 2009 het moederbedrijf van Zappos.

Het zou me niets verbazen als historici die over vijftig jaar terugkijken op de eerste helft van de 21ste eeuw de holacratie noemen als voornaamste ontwikkeling in het denken over organisaties. Weg met het fordisme en het taylorisme – het is hoog tijd voor het robertsonisme!

Middenklasse in de knel

21 april  2016 –  Als ik langs een vijver loop en een noodkreet van een verdrinkend kind hoor, spring ik in het water en red ik het kind. Dat is mijn morele plicht. Heb ik net zo’n plicht tegenover mensen in de problemen elders? Een actuele vraag gezien de honderden vluchtelingen die deze week verdronken in de Middellandse Zee. De Amerikaanse filosoof Peter Singer vindt van wel. In zijn boek Het kan wel! Armoede hoeft niet! verdedigt hij het utilitarisme, een ethische stroming die de morele waarde van een handeling afmeet aan haar bijdrage aan het algemeen nut.

Behalve een plicht is het bestrijden van ongelijkheid ook een zaak van welbegrepen eigenbelang. Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, stelde vorige week in deze krant dat wanneer welvaart leidt ‘tot een steeds grotere polarisatie tussen bijvoorbeeld hoog- en laagopgeleiden, dan groeit het onderling wantrouwen.’ Putters pleit dan ook voor een ‘nieuw sociaal contract met de samenleving’.

Putters heeft een punt. In een artikel in de American Economic Review bespreken drie auteurs, onder wie de Nederlander Maarten Goos, hoogleraar ‘Institutions and Economics’ aan de Universiteit Utrecht, de ‘baanpolarisatie’ in drie segmenten van de arbeidsmarkt. In de periode 1993 tot 2010 ontwikkelde het aantal gewerkte uren van hoog-, midden- en laagbetaalde banen zich heel verschillend. Terwijl er aan de boven- en onderkant meer uren werden gewerkt, daalde het aantal uren in het middensegment met bijna 7%. De witteboordenwerker, ooit de motor van de economie, heeft het nakijken. De positie van de middenklasse zal door robotisering en kunstmatige intelligentie alleen maar verder verslechteren.

Het is op dit moment bijzonder gevaarlijk in het midden van de arbeidsmarkt. Zoals Margaret Thatcher ooit zei: ‘Standing in the middle of the road is very dangerous: you’ll get knocked down by traffic on both sides.’

Er is ook goed nieuws: we hebben geld genoeg om hier iets aan te doen. Enkele pagina’s verwijderd van Putters’ pleidooi meldde de krant dat de Staat met de heropening van de dertigjaarslening in zeven minuten tijd € 875 mln heeft opgehaald tegen een effectief rendement van 0,99 %. Dat biedt kansen die ik graag zou terugzien in de verkiezingsprogramma’s die nu in de maak zijn.

De overheid moet zeer fors investeren in het toekomstbestendig maken van de middenkaders, door de huidige generaties opnieuw én toekomstige generaties beter op te leiden met nieuwe vaardigheden en kennis, waaronder zelfkennis en vermogen tot verandering. Het rendement dat de samenleving daarmee behaalt, maakt van de gemaakte kosten een lachertje. Zo’n investering biedt een gouden kans voor een nieuwe maatschappelijke balans. Zowel Kim Putters als Peter Singer zullen tevreden zijn.

Het einde van het midden

1 december 2016 – Het mag dan eenzaam zijn aan de top, maar in het midden is het leven moeilijker. Een geestig onderzoek van de universiteiten van Manchester en Liverpool toont dat klip en klaar aan. De academici hadden daar diverse bezoeken aan Chester Zoo voor over. Het object van studie waren apen: de onderzoekers waren geïnteresseerd in uitingen van dominantie en passiviteit. Wat bleek? De apen die zich in de middenmoot bevonden, die dus zowel van degenen hoger in rang als van hun minderen te duchten hadden, ondervonden de meeste spanning.

Mocht u de vergelijking met mensen nog niet hebben getrokken, de onderzoekers deden dat wel. Middenmanagers, zo heette het, moeten omgaan met de mensen boven hen én onder hen. Dat geeft stress. Het is niet goed toeven in het midden, en dat weet niet alleen het middenkader. De middenklasse als geheel — de motor van de naoorlogse economie — is ernstig in de verdrukking.

Vorige maand kwam een studie uit die net zo interessant als schrikbarend is. ‘Europe’s Disappearing Middle Class? Evidence from the World of Work’ uitgebracht door de Internationale Arbeidsorganisatie, berekende dat de Europese middenklasse in de periode van 2004 tot 2011 met 2,3 % is gedaald. Het zou natuurlijk plezierig zijn als dat cijfer zou zijn toe te rekenen aan de opwaarts mobielen, maar dat is niet het geval. De kloof tussen arm en rijk neemt toe aangezien het midden langzaam verdwijnt. Volgens het onderzoek staan de middeninkomens in Duitsland en Griekenland het meest onder druk.

De malaise van de middenklasse in Duitsland is (helaas) nu eens niet de schuld van de crisis, zoals blijkt uit een wat ouder onderzoek van de Bertelsmann Stiftung. Volgens dit onderzoek kromp het aandeel van de middenklasse tussen 1997 en 2010 van 65 % tot 58 %. Het aandeel van de mensen in de laagste regionen van inkomen nam in Duitsland met vier miljoen toe, terwijl er een half miljoen mensen bij kwamen met een topinkomen.

In Frankrijk is een soortgelijke ontwikkeling gaande, met de huurprijzen van appartementen in de hoofdstad als schrijnend voorbeeld. Je kunt in de populaire wijk Marais wel een goedkope Airbnb vinden, maar er voor een schappelijk bedrag een beetje normaal wonen is een ander verhaal. Voor een Parijzenaar is het niet ongewoon om dagelijks 60 of 70 km te reizen naar kantoor. Woont u in Zoetermeer? Noem dat in een gesprek met een Fransman voortaan een ‘voorstad van Amsterdam’ en u hoort er helemaal bij.

Met het verscheiden van Jan(neke) Modaal kunnen we onze bestaande economische politiek ten grave dragen. Lang duurde het optimisme niet: slechts één generatie kon zorgeloos uitgaan van opwaartse mobiliteit en het bijbehorende ‘huisje, boompje, beestje’.

Wat hebben we de volgende generatie eigenlijk te bieden? Over die vraag moeten we ons eens ernstig achter de oren krabben. 

Innovatietoets: Naar anti-disciplinair onderwijs

31 januari 2015 – Op school wordt een sponsorloop gehouden tegen obesitas. Bliksem krijgt €1,20 per gelopen kilometer van zijn oom en tante. Zaharulah krijgt €10 van haar moeder mee, maar steekt de helft in eigen zak. Van de buren krijgt Liberty-Grace €1 voor elke selfie die ze met een van de sporters maakt. Hoe hoog is de omzet van de banketbakker op de route van de sponsorloop?

Volgens de tegenstanders van de verplichte rekentoets staat de ‘Fyra van het onderwijs’, zoals de Telegraaf kopte, vol met zulke maffe en onoplosbare problemen. De voorstanders, met bewindslieden Sander Dekker en Jet Bussemaker aan kop, willen met de toets scholen en leerlingen prikkelen om de bedroevende rekenvaardigheid op te krikken.

Als je de opgaven bekijkt kom je er snel achter dat het twee voor twaalf is. Het is moeilijk voor te stellen dat duizenden leerlingen voor deze eenvoudige sommetjes (al dan niet met een verhaaltje) ook met vier herkansmogelijkheden geen voldoende scoren. Alle hens aan dek, zou ik zeggen, maar op dit moment lijkt de vraag vooral hoe we de lat nóg lager kunnen leggen. Zogenaamd om onze kinderen hun toekomst niet af te nemen.

Sander Dekker wil immers dat je de toets móet halen om een diploma te krijgen. Scholen, leerlingen en ouders vinden het te vroeg voor zo’n toets. Ze vinden dat eerst moet het onderwijs op orde moet zijn en zetten vraagtekens bij de opzet van de toets. Gelukkig zijn alle partijen het erover eens dat het onderwijs in het algemeen en het rekenonderwijs in het bijzonder, veel beter kan.

De grote vraag is hoe. Een verplichte toets biedt hooguit een prikkel, maar maakt het onderwijs niet beter. Daarvoor is visie nodig. Het debat moet gaan over de toekomst van het onderwijs in brede zin, terwijl nu het politieke steekspel rond een specifieke maatregel van bovenaf centraal staat.

De bewindslieden zitten gelukkig niet stil. Voor de basisscholen en het voortgezet onderwijs heeft staatssecretaris Dekker een ‘nationale dialoog’ onder de titel #onderwijs2032 gelanceerd. Minister Bussemaker organiseert sinds het najaar van 2014 met universiteiten en hogescholen een serie bijeenkomsten over het hoger onderwijs van de toekomst.

Die discussies zijn cruciaal omdat we, ondanks periodieke hervormingsrondes, ons onderwijs nog steeds grotendeels organiseren alsof de Industriële Revolutie net achter ons ligt. Vakjes en de hokjes overheersen, met jongeren die in partijen van 30 van de lopende band rollen met een gestandaardiseerd stempeltje. Leerlingen worden opgedeeld in gelijke groepen en de dag in gelijke brokken tijd, waarin een inhoudelijke specialist ze in zijn vak onderwijst. Zo gaat het al sinds de 19e eeuw en u en ik zijn er groot mee geworden. Maar in een dynamische samenleving, waarin de nodige competenties voor succes per vijf jaar zullen veranderen, is dat niet genoeg.

Het kan ook anders. De zeventienjarige scholier Nikhil Goyal uit New York schreef het boek One Size Does Not Fit All: A Student’s Assessment of School. De jonge hoogvlieger stelt aan de kaak hoe scholen omgaan met een van de meest waardevolle eigenschappen waarover bijna alle jongeren beschikken: creativiteit.

‘Scholen kunnen niet eenvoudigweg een ‘creativiteitsuur’ instellen en dat is het dan’, zegt hij en stelt voor Engels, wiskunde en geschiedenis af te schaffen. In plaats daarvan wil hij het onderwijsprogramma inrichten rondom grote ideeën, vragen en het lastig te vertalen ‘conundrums’, de grote raadsels van het leven. Goyal wil anti-disciplinair onderwijs, een term van Sandy Pentland van het MIT Media Lab, waarin we allemaal veranderlijke, geletterde systeemdenkers zijn die problemen kunnen oplossen, vragen kunnen stellen en een onderwerp kunnen analyseren.

Bewindslieden, instellingen, docenten, ouders en natuurlijk leerlingen en studenten moeten nu de strijdbijl begraven en gezamenlijk het Nederlandse onderwijs zo inrichten dat jongeren geïnspireerde, 21e eeuwse veranderaars mét de nodige bagage en vaardigheden worden. Eindexamens op basis van nationaal vastgestelde curricula zetten we waar mogelijk bij het oud papier.

Intussen pleit ik wél voor een verplichte innovatietoets. Niet voor leerlingen, want die veranderen en vernieuwen al uit zichzelf, maar voor de scholen. De vraag is dan natuurlijk: hoe ziet die toets eruit? Dat moeten we nog zien, maar in elk geval met een aansprekend verhaal en zeker geen kaal sommetje.